PKN
Protestantse gemeente te Soesterberg (Vredekerk)
 
Hans Zijlstra Hans Zijlstra


Waar ben je geboren?
“Ik ben in Amersfoort op de “Berg” geboren, in een statige deftige buurt. Mijn vader was dominee en in de omgeving woonden een kantonrechter een notaris en de burgemeester. Het was een warme omgeving met lieve mensen. Mijn vader had twee wijken: het Bergkwartier, waar de notabelen woonden en het Soesterkwartier, waar de arbeiders woonden. Het waren twee verschillende werelden en ik heb het als een zegen ervaren. Daardoor heb ik geleerd om iedereen te respecteren op zijn eigen niveau.”
 
Vertel eens wat over je jeugd en familie?
“Ons gezin bestond uit vader, moeder en vier kinderen. Een zus en twee broers en ik als jongste, wat ik ook zeer heb uitgebuit. Toen ik veertien jaar was, ben ik twee jaar erg ziek geweest. Ik kreeg de ziekte van Pfeiffer die onderschat werd en mede daardoor kreeg ik hersenvliesontsteking en nekkramp. Dat heeft twee jaar geduurd. Toen ik in het ziekenhuis lag heb ik wel veel plezier gemaakt met de verpleegsters. Mijn vader preekte in die tijd twee keer op een dag. Het Bergkwartier, waar mijn vader dominee was, had niet een eigen vast kerkgebouw, maar mocht gebruik maken van een gebouwtje dat aan de Regentessenlaan stond. Het Soesterkwartier had wel een eigen kerkgebouw aan de Dollardstraat. Koster de Jong luidde op zondag altijd handmatig de klok door aan een touw te trekken. Mijn vader preekte in beide kerken, maar daarnaast ook in andere gereformeerde kerken, zoals de Grachtkerk en de Leusderkerk. Al vrij jong werd ik ingeschakeld bij het collecteren. Ook in de Grachtkerk in Amersfoort, wat nu het Onze Lieve Vrouwentheater is. Dat collecteren ben ik altijd blijven doen.”
 
Opleiding?
“De lagere school heb ik doorlopen op de Christelijke Nationale School met de Bijbel. Voor het voorgezet onderwijs stuurde mijn vader mij naar de Hernhutterschool in Zeist. De eerste maanden op de Driebergseweg en daarna vijf maanden naast het oude Postkantoor. Toen naar een jongensschool in een nieuwbouw op de Blikkenburgerlaan. Ik vond het waardeloos en kon er niet tegen. Het was een heel streng regiem. Elke week kreeg je weekstaten mee naar huis met de cijfers die je die week gehaald had. Voor Duits had ik een keer een 0 en daar heb ik een 1 voor gezet. Mijn vader heeft netjes getekend, maar toen moest ik het, voor ik het weer mee naar school nam, weer voorzichtig weggommen en dat is niet echt goed gelukt. Mede daardoor en door geduvel met meisjes ben ik van die school afgetrapt. Ik was een enfant terrible. Toen ben ik naar de Mulo gegaan op de Leusderweg en dat was de mooiste tijd van mijn leven. De lessen gingen redelijk en waar ik kon hing ik de beest uit. Behalve bij geschiedenis lette ik goed op. Voor het examen heb ik bijles voor wiskunde gehad en na een maand snapte ik ineens hoe het in elkaar zat en daardoor ben ik met mooie cijfers geslaagd. Daarna ben ik naar de Handelsdagschool gegaan en net als op de Mulo was het daar een beetje de lessen volgen en een beetje flierefluiten. De eerste keer ben ik voor het examen gezakt en de tweede keer heb ik het gehaald.”
 
Levensloop?
“Tijdens mijn tijd op de Handelsdagschool heb ik Marry leren kennen. We hadden een klasse-avond en daar wilde ik graag een meisje mee naar toe nemen. Ik was tot over mijn oren verliefd op een meisje, maar die had al verkering en daar heb ik erg veel liefdesverdriet van gehad. Omdat ik toch een meisje mee wilde nemen op die klasse-avond ging ik na een tip van een vriend mee naar een feestavond van verpleegsters van de Lichtenberg in het Bergpaviljoen, want daar zou een leuk meisje voor mij zijn. Dat was inderdaad een leuk meisje, maar die had ook al een vriendje. Er was nog een ander meisje en dat was Marry. Haar heb ik ten dans gevraagd en later op de avond heb ik haar terug gebracht naar de Lichtenberg. Ik was lid van de soos van de gereformeerde kerk in de muurhuizen en heb Marry meegenomen als introducé. Ik heb haar zo’n zes keer meegenomen en ben gaandeweg erg in haar geïnteresseerd geraakt. Omdat zij nog geen 18 jaar was, mocht ze geen volwaardig lid worden en heb ik de soos vaarwel gezegd. We zijn met elkaar om blijven gaan en langzamerhand kwam ik er achter dat ze een mooi karakter had en dat ze heel goed kon luisteren. Bij mij thuis waren ze niet blij met mijn keuze. Mijn moeder was de dochter van een herenboer en vader was, zoals gezegd, predikant. Mijn vader accepteerde Marry wel geheel, maar mijn moeder niet, omdat Marry maar een keukenassistente was en uit Drenthe kwam. Tot overmaat van ramp was haar vader slechts een boerenarbeider - “ik was te goed voor dat mooie intelligente meisje”. Het gaf drieënhalf jaar spanning thuis. Mijn moeder negeerde Marry volledig. Toen ik bij Marry thuis kwam in Drenthe, in een heel klein huisje, was het niet alleen het kolenkacheltje wat mij verwarmde, maar ook de ongelofelijke hartelijkheid van haar lieve ouders. Marry heeft wel armoede gekend, maar wel een heel mooie jeugd gehad. Er kwam een ommekeer in de relatie met mijn moeder toen we met mijn ouders op vakantie naar Malta gingen. Toen zag mijn moeder wat voor een parel Marry was en werd zij geaccepteerd en gewaardeerd.”
 
Belangrijke gebeurtenissen in je leven?
“Dat is zeker de beslissing om met elkaar het leven te delen en de komst van onze vijf kinderen: Ilse, Walter, Inge, Wijnand en Sanne. Uiteraard heeft ook het hele ziekteproces en het overlijden van Marry een enorme impact gehad op mijn leven. Het geloof in een liefdevolle God is hierdoor enorm versterkt. Ik heb de liefde heel sterk gevoeld in de mensen die om mij heen stonden, zowel van binnen als buiten de kerk. Waar ik wel moeite mee heb gehad (soms nog) is omgaan met het gedachtengoed van Marry. Zij was zo ambitieus en kwam op heel veel fronten op voor rechtvaardigheid en zorg voor deze aarde. Het heeft mij best veel moeite gekost haar visie los te laten, zonder haar te verloochenen. Ik denk dat ik nu daar een redelijke balans in heb ontwikkeld. Het overlijden van Wijnand heeft ongelofelijk in ons gezin ingegrepen. Verder hebben elkaar altijd de ruimte gegeven om te doen wat we belangrijk vonden. Marry wist altijd precies wat ze wel en niet wilde en zij zette de lijnen uit voor de opvoeding. Ik ben wat meer van de middenweg en daarin adviseerde ik weleens. Door de komst van de kinderen ging ik anders met het geloof om. Voor de kinderen was er weinig ruimte in de kerk en we zochten naar mogelijkheden om dat te veranderen. We raakten in gesprek met gemeenteleden van de Hoeksteen en hoorden dat daar een kindernevendienst en jeugdkapel was. Samen met Anneke van Steenis en anderen uit de gemeente, hebben we toen de kindernevendienst van de Vredekerk opgericht. Ook hebben we gesproken over het belang van kinderen aan het Avondmaal. Dat is nu gelukkig mogelijk, maar ik vind het wel van belang dat iedere keer aan de kinderen wordt uitgelegd wat het avondmaal inhoudt. Ook zou ik het fijn vinden als regelmatig het avondmaalsformulier wordt gelezen.”
 
Hoe beleef je het vrijwilligerswerk voor de kerkelijke gemeente?
“Heel boeiend en waardevol. Echt het gevoel hebben dat je voor God bezig bent, dat is het uitgangspunt. Ik meen dat heel zuiver en niet theatraal. Ik kan niet goed zonder.”
 
Wat is voor jou een belangrijke tekst uit de bijbel of een lied wat je mooi vindt?
“Wat in prediker staat: “beter een hand vol rust, dan twee vuisten vol met zwoegen en najagen van wind.” Verder wil ik je (red.) laten zien waar ik door geraakt wordt. Ik ben door Jan Vreekamp in contact gekomen met het “Grote Johannes Evangelie” van Jacob Lorber, “Schrijfknecht van God”. Op 15 maart 1840 hoorde hij een stem (volgens hem Jezus Christus) die hem de opdracht gaf: “Sta op neem je pen en schrijf!”. Tot zijn dood, 24 jaar later, kreeg hij 10.000 pagina’s gedicteerd. In dat “Grote Johannes evangelie” staat alles wat in de Bijbel staat, maar het wordt uitvergroot. Dat raakt mij enorm. De Bijbel lees ik wel, maar dan die Bijbel.”
 
Hoe zou je het geloof het liefst doorvertellen?
“Op een heel eerlijke en simpele manier. Dat ik in een God geloof die in mij zit en dat het aan mij is om te kiezen voor het kwade of het goede. Het geloof moet je niet te moeilijk maken. Het is aan jou om te kiezen voor de hel of de hemel. Je voelt zelf aan of je het goede hebt gedaan.” 
 
Wat is je verlangen voor de toekomst? Voor jezelf en voor de gemeente?
“Wat ik van Marry heb geleerd is, dat je altijd moet blijven vieren. Zij zei: “als je dingen niet viert, ga je dood”, dus dat vieren ben ik altijd blijven doen. Op 4 november 2000 is Wijnand verongelukt en toen wilde Marry in December wel het Sinterklaasfeest vieren en dat hebben we ook gedaan. In januari 2005 werd ik bevestigd als diaken en Marry is in februari overleden. In maart was er een kerkenraadsvergadering en ik vond het heel moeilijk om daar heen te gaan, maar ik heb het wel gedaan. Voor de gemeente hoop ik dat ze niet dogmatisch is en zal groeien en bloeien in homogeniteit. Zoek elkaar in liefde. Ik hoop dat ik tot mijn dood in deze gemeente mag blijven.”

terug
 
 
 
Informatie

Opmerkingen of vragen?

Webmaster:

 
Externe links

Dagmeditatie

PKN

JOP

Kerkbalans

Kerkplein Soest

MijnKerk

Kerk in Actie

De Bijbel

EO - Geloven

 
Vredekerk Soesterberg
 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.