PKN
Protestantse gemeente te Soesterberg (Vredekerk)
 
Wim Slob Wim Slob

Dit is het eerste interview, waarbij ik van te voren een compleet levensverhaal kreeg toegestuurd. Aan de ene kant gemakkelijk en aan de andere kant moeilijk, omdat tijdens het interview vaak ook buiten de vragen om veel besproken wordt. Onderstaand daarom het levensverhaal van Wim Slob met een kleine aanvulling van mijn kant.
“Mijn naam is voluit Willem Slob, geboren op 14 April 1927 in de plaats Hoornaar, een dorpje in de omgeving van Gorinchem in de Alblasserwaard. Een dorp dat in die tijd 600 inwoners telde. Daar deze streek bekend staat als “zwaar op de hand”, ben ik opgevoed in een gezin, dat onder de categorie Gereformeerde Bond bekend staat. Mijn opvoeding staat daardoor (naar men terecht aanneemt) kerkelijk gezien in het teken van: veel naar de kerk gaan en veel gezeur over wat wel en niet mocht, maar vooral het altijd toeziend oog van God!
Mijn vader was Voorzanger in de kerk. In die tijd, voordat ik geboren werd, was er nog geen orgel en werd er dus zonder begeleiding gezongen en wel op hele noten. Twee diensten elke zondag: morgendienst 1,75 uur en avonddienst (catechismus) 1,5 uur. Vanaf mijn zesde jaar ging ik twee keer per zondag naar het bedehuis. In het kader van een goede opvoeding, was er ‘s middags Zondagsschool, waarbij je weer een een uur naar school ging en waar een juf dan een verhaal vertelde over de nog steeds actuele  onderwerpen, zoals de slip van de jas van Saul. Het naar de kerk gaan was voor mij niet vervelend, mijn vader zong (staande voor de gemeente) uit volle borst de opgegeven psalm en ik als kind deed daar ijverig aan mee. Bij een bekende psalm zong ik dan tweede stem en door mijn vader werd dat in mijn herinnering sterk  aangemoedigd. Het mooie was bij dat zingen, dat je na elke twee noten een schep adem kon halen, dus dat ging steeds uit volle borst. Je longen hadden zoveel lucht, dat vooral hard zingen geen probleem was. Helaas overleed mijn vader toen ik dertien jaar oud was, net voor het begin van de tweede wereldoorlog. Voor mijn moeder moet het erg zwaar geweest zijn om het leven met de zorg voor vijf kinderen (ik was de jongste) alleen te vervullen. Mijn vader was (als kleine zelfstandige) sigarenmaker en daarom besloot mijn moeder een tabakswinkel te beginnen. Op de dag dat deze geopend zou worden was de oorlog drie dagen oud en dat betekende dus geen officiële opening. De deur ging gewoon open en iedereen had genoeg aan de problemen waarin ons land, dus ook Hoornaar, verkeerde. Voor mij was dit in wezen geen probleem, ik was jong genoeg om geen leeuwen en beren te zien en het leven ging voor mij zijn oude gang. Wel was er voldoende gespreksstof, dus de klanten die kwamen hadden volop tijd om mijn moeder van haar dagelijkse werk te houden.
Een jaar later kwam er een eind aan mijn lagere schoolperiode. Normaliter ging je dan bij een boer werken, maar ik was een erg klein manneke, dus voor mij geen plaats op een boerderij (gelukkig maar). Ik werd naar de Ambachtsschool in Gorkum gestuurd en dat was dus elke dag drie kwartier heen en drie kwartier terug fietsen op een fiets met houten blokken op de pedalen, want anders kon ik niet bij de trappers! Het is nu niet meer in te denken dat ik deze exercitie heb overleefd. Ik ben daardoor wel taai geworden.
Op de Ambachtsschool was het ook best moeilijk, ik was zo klein dat ik niet goed bij de bankschroef kon en dus werd ik op een kistje geplaatst om te proberen vlak te vijlen. Wie dit uitgevonden heeft moet wel een sadist zijn geweest, want telkens als ik met de vijl naar voren ging schoof het kistje naar  achteren en andersom. Probeer dan maar eens vlak te vijlen! Met de andere vakken ging het dermate goed dat ik jaarlijks overging. Vooral algebra en meetkunde waren favoriete vakken. Na de school moest ik werk zoeken en vond dat ook. Ik leverde dermate goed werk af, dat ik draaier nummer één werd en dat was dus het moeilijke werk. Toch ontdekte ik dat zonder verder zelf iets bij te leren een leven als machinebankwerker niet erg aantrekkelijk zou zijn, zodat ik besloot een schriftelijke cursus te gaan volgen met het doel ooit Meester Draaier te worden. Geloof het of niet, maar ik ben na acht jaar studie en praktijkervaring als beste van dat jaar geslaagd.
In die zelfde tijd begon mijn testosteron  mee te spelen. Ik zag meisjes niet langer alleen als klasgenoten, maar werd regelmatig verliefd. Toen men op een dorp vlakbij (Noordeloos) koorleden nodig had, vroeg de dirigent mij om daar op het koor te komen. Gebleken is, dat daarmee ook mijn verdere leven beïnvloed is. Tegenover de baspartij stonden de sopranen en binnen niet al te lange tijd was daar een meisje, Adri, waarmee ik contact kreeg. Na afloop van zang bracht ik haar thuis en van het een kwam het ander, we werden verliefd.
Er waren echter wel twee problemen, zij was Gereformeerd en ik dus Hervormd. Nog geen PKN, maar een strijd (in Noordeloos vooral) van bezwaard en Synodaal. Het tweede: ik was een fabrieksmannetje en zij boerendochter, probeer daar maar eens wat van te maken waar iedereen mee kon leven. Na veel discussies tussen Adri en mij kwam ik tot de ontdekking dat zij meer argumenten had dan ik en dus besloot ik (mede door mijn verliefdheid) dat overgaan naar een andere kerk voor mij geen probleem zou zijn. Alleen thuis zou er wel het nodige volgen, dat stond als een paal boven water. Hoe dan ook, wij waren niet te vermurwen en zijn na drie jaar getrouwd, tot op heden (gelukkig maar).
Als je dan, nu als hoofd van een gezin, vooruit wilt in het leven, moet er toch wel iets gebeuren. Na ruim een jaar heb ik besloten ander werk, meer in overeenstemming met opleiding en ervaring, te gaan zoeken. Gelukkig vond ik dat, maar het was wel ver weg; namelijk in Vorden, een plaats waar we zesenhalf jaar gelukkig hebben geleefd en gewoond. Kerkelijk was het vergelijkbaar met onze opvoeding en ook de gemeente scheen ons volledig te accepteren, zodat mijn naam op een gegeven moment genoemd werd om zitting te nemen in de kerkenraad. De vraag aan mezelf was: ”hoe kom ik daar onder uit”?
De oplossing was achteraf erg simpel: op een zondagmiddag ging ik in korte broek een tochtje maken door de bossen, daarna zonder zwart pak naar de kerk en na afloop naar huis en gezellig met zijn allen eten.  Achteraf een lumineus idee, want er is nadien nooit meer gesproken over zitting nemen in dit bestuur dus: een probleem opgelost!
Ook Vorden werd door ons verruild, omdat ik een baan kon krijgen in Amersfoort. Het problem was echter dat we geen woning hadden. De oplossing was dat wij zelf in de Christiaan Huygenslaan een woning kochten en hoewel we later verhuisd zijn naar de Kampweg, is dit nog steeds een keuze waarvan wij nooit spijt hebben gehad. Na drieënvijftig jaar in deze gemeente gewoond te hebben, voelen wij er ons volledig thuis. Kerkelijk, en ook in de eigen gedachtenwereld, zijn er zoveel dingen veranderd, zodat we ons hier gelukkig voelen. Naar de kerk gaan is nog steeds geen probleem, zeker als je het begin van mijn leven vergelijkt met het één keer per zondag naar de kerk gaan van nu en de tijd die ik in mijn jeugd doorgebracht heb in de kerk. Er is veel veranderd in al die jaren. Veel dingen die beter zijn dan toen, maar de twijfel die ik vroeger niet had met betrekking tot het geloof en mijn opvattingen nu, staan haaks op elkaar. In de loop der jaren heb ik geleerd dat kritiek hebben simpel is, oplossingen vinden daarentegen worden meestal ruzie, nu denk ik : ”het zal mijn tijd wel uitduren”. Een ding moet mij echter van het hart: we zingen bijna wekelijks: ”Ere zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest", enzovoort.
Volgens mijn opvoeding is Vader, Zoon en Heilige Geest de Drie-eenheid. Als wij het echter zingen maken we er iets anders van. We zetten de Heilige geest apart. Na Vader en Zoon halen we een schep lucht (één volle tel) en gaan vervolgens door met Heilige Geest. Zijn wij vergeten dat het zonder rust moet of zijn we in Soesterberg zo kortademig?”
                                                                               Willem Slob.
Huidige familiesituatie?
“ Wij hebben twee dochters en één zoon en ze wonen alle drie in de buurt. Verder vijf kleinkinderen en vier achterkleinkinderen.”

Heb je ook hobby’s?
Nu krijgen we een gesprek over zingen in een koor. Onze gezamelijke tijd op het koor Euterpe in Soesterberg. Wim was lange tijd voorzitter van dit koor. Ook Adri zong mee. Later zijn ze jaren lid geweest van de oratoriumvereniging Laus Deo in Zeist (red.).
“Mijn beroep is altijd mijn hobby geweest en nu is technisch tekenen nog steeds een hobby. Ik werk ideeën uit, waar ik jarenlang mee rond loop en zet ze op papier. Als het niets wordt, is het ook niet erg, want  ik doe het nu voor mijzelf. Niet alleen achter de tekentafel, maar ook achter de computer." Ik heb ingénieuze tekeningen mogen zien (red.). ”Verder hebben we een grote tuin en die moet bijgehouden worden. Dat is dus een manier om elke dag buiten te zijn.”

Hoe zou je het geloof het liefst doorvertellen?
“Ik zou het plaatsen in het perspectief van wat ik in al die jaren geleerd heb. Ik heb veel gelezen over: techniek, ruimte en evolutie. Mij interesseert de moderne wetenschap en die strookt slecht met wat ik geleerd heb in mijn opvoeding.”

Wat is je verlangen voor de toekomst?
“Dat Adri en ik nog lange tijd op eigen benen kunnen staan en hier nog jaren mogen wonen.”

terug
 
 
 
Informatie

Opmerkingen of vragen?

Webmaster:

 
Externe links

Dagmeditatie

PKN

JOP

Kerkplein Soest

MijnKerk

Kerk in Actie

De Bijbel

EO - Geloven

 
Vredekerk Soesterberg
 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.